Een vof biedt een aantal interessante fiscale voordelen. Maar dan moet de vof wel fiscaal worden geaccepteerd en mag er geen sprake zijn van een schijnconstructie. In een vof is in beginsel ieder der vennoten ondernemer. Iedere vennoot krijgt dus zelf een aantal ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek.

De vof mag geen schijnconstructie zijn die alleen maar ten doel heeft deze fiscale voordelen binnen te halen. In dat geval kan de fiscus deze voordelen ontzeggen, zoals onlangs gebeurde bij een koeriersbedrijf. Genoemde vof bestond uit 16 vennoten. Uit de feiten bleek dat een van hen de baas was, waardoor er geen sprake was van gelijkwaardigheid. Er hoeft voor het bestaan van een vof geen volstrekte gelijkwaardigheid tussen de vennoten te bestaan, maar wel een zekere mate. De rechter oordeelde dat er sprake was van een dienstbetrekking. De navorderingsaanslagen bleven dan ook in stand.